< Terug naar overzicht

10 procent meer bedienden kregen bedrijfswagen ter beschikking

Vandaag rijdt 1 op de 5 bedienden in België met een auto van het werk rond. Dat is een stijging van ruim 10 procent ten opzichte van vorig jaar. Toch stijgt het aantal werknemers dat met de fiets naar het werk rijdt tot 24,21 procent, en 13,8 procent zweert zelfs exclusief bij de fiets. De eerste keuze blijft echter de auto: voor 66,54 procent van de werknemers is en blijft dat hun enige woon-werkoplossing.

Koning auto  

In 2017 reed 19,5 procent van de bedienden met een wagen van het werk. Dat is weer een stijging van 10,3 procent tegenover 2016. Opmerkelijk is dat de stijging bij de vrouwen met een bedrijfswagen drie keer hoger is dan bij de mannen. Zij hebben echter nog een belangrijke achterstand in te halen om op hetzelfde niveau te komen.

Dirk Wijns, Director Acerta Consult: “Het valt nog af te wachten wat de definitieve versie van het mobiliteitsbudget zal worden, maar dat de bedrijfswagen ter discussie staat, is een feit. De regering wil in elk geval werknemers van de bedrijfswagen weglokken door het de werkgever mogelijk te maken in de plaats een gunstiger behandeld loon toe te kennen. Echter, zoals we vroeger al stelden, lijkt het ons weinig waarschijnlijk dat het ‘cash for car’-aanbod werknemers massaal zal verleiden om niet meer voor de firmawagen te kiezen.”

De fiets in opmars

De opmars van de fiets als vervoermiddel van en naar het werk begon al in 2011. Ook in 2017 zette deze trend zich door: het aantal werknemers dat regelmatig kiest voor de fiets nam opnieuw toe, nu met 8,2 procent ten opzichte van 2016. In 2017 koos 24,21 procent van de werknemers regelmatig voor de fiets als vervoermiddel.

Dirk Wijns: “Uit onze dagelijkse contacten met CEO’s en HR-directeurs leren we dat werknemers meer en meer aan hun werkgever vragen om bedrijfsfietsen beschikbaar te stellen, al dan niet elektrische. De langer wordende autofiles hebben blijkbaar een pijnpunt bereikt. En met een Benefit Motivation Plan, waarbij de werknemers de keuze krijgen om een deel van hun loon te besteden aan bijvoorbeeld een elektrische fiets, kan de werkgever aan die vraag van de werknemers tegemoetkomen zonder zijn loonkosten te verhogen. Het helpt bovendien dat de overheid actief inspeelt op deze behoeften met een beleid dat steviger inzet op fiets(snel)wegen.”

Ook het openbaar vervoer zit in de lift

2017 laat ook opnieuw een verhoogde interesse in trein, tram, bus en metro zien. In 2016 was het gebruik van het openbaar vervoer voor de verplaatsing woonplaats-werkplaats gedaald. Acerta vermoedt dat de aanslagen die in 2016 plaatsvonden ertoe leidden dat sommigen publieke ruimten en dus ook openbaar vervoer vermeden. Dat negatieve effect is nu weer wat weggeëbd.

Er valt in 2017 een stijging van het gebruik van het openbaar vervoer te noteren van 5,6 procent. Dit klinkt op zich positief, maar in absolute cijfers blijft het gebruik van bus, tram, trein en metro voor woon-werkverplaatsingen met 7,42 procent bescheiden. In dat resultaat zitten bovendien ook alle werknemers die het openbaar vervoer afwisselen met een andere oplossing zoals de auto of de fiets.

Dirk Wijns: “Toch valt de realiteit positiever uit. Onze barometer meet de gegevens van de profit en de social profit, niet van de openbare sector en die laatste vertegenwoordigt juist de grootste groep van trein- en busreizigers. Het gebruik van het openbaar vervoer hangt verder ook samen met (de kwaliteit) van het aanbod en dat kan per regio nogal verschillen.”

Mobiliteitskeuze maakt werkgevers aantrekkelijker

Werkgevers die inzetten op de individuele behoeften van werknemers, maken op de arbeidsmarkt een goede beurt. Mobiliteitsoplossingen aanbieden is één manier om zich te onderscheiden. Alles hangt af van de persoon, de plaats en het moment.

Dirk Wijns: “De werkgever heeft daar een troef in handen: hij kan verschillende keuzes aanbieden binnen eenzelfde kostprijs. En hij hoeft daarvoor niet te wachten op de finale versie van het mobiliteitsbudget. Werkgevers die hun voortrekkersrol waarmaken door nu al in te spelen op de tijdsgeest, doen daar in de ‘oorlog om talent’ hun voordeel mee. En ook de mobiliteit, het milieu én het welbevinden van hun medewerkers kunnen er wel bij varen.”

Woon-werkafstand opnieuw iets langer

Belgen werken veelal niet zo ver van waar ze wonen. In 2017 bedroeg de gemiddelde woon-werkafstand net geen 19 kilometer. Voor het eerst zien we opnieuw een zeer lichte stijging van de afstand die een werknemer bereid is af te leggen om te gaan werken (+2,5 procent), maar van een fundamentele ommekeer is zeker geen sprake.

Liefst 68 procent van de werknemers werkt binnen de 20 kilometer van huis. Traditioneel is de afstand die werknemers met een bedrijfswagen afleggen naar hun werk groter dan de gemiddelde afstand. En dat is ook in 2017 het geval. Maar voor deze werknemers is de afstand die ze met de bedrijfswagen afleggen, gedaald naar het laagste niveau van de laatste 6 jaar, namelijk 31,1 kilometer.

Bron: Acerta (acerta.be)

 

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen