< Terug naar overzicht

Mobiliteit: Medewerkers kiezen bewuster

Ook vandaag moeten we vaststellen dat drie kwart – welgeteld 76,88 procent – van de werknemers zich (minstens gedeeltelijk of soms) met de wagen verplaatst naar het werk. Zo leert ons de meest recente mobiliteitsbarometer van Acerta. Uit die peiling blijkt ook dat de firmawagen stagneert: voor een kleine 20 procent van de bedienden hoort een firmawagen tot het verloningspakket, wat niet veel verschilt van het cijfer in 2017. Maar we moeten die stagnatie nuanceren… Een bijdrage van Dirk Wijns, Directeur bij Acerta.

In 2018 kwamen er een groot aantal bedienden bij in een uitvoerende functie waar de firmawagen niet tot het standaardpakket behoort. Maar ook: steeds meer mensen staan kritisch tegenover een bedrijfswagen, zodat het tijdens de loononderhandeling wel eens ingeruild wordt voor een ander voordeel.

Combineren

Meer en meer mensen vertrouwen op de fiets om op het werk te geraken: in 2018 koos ruim een kwart van de werknemers regelmatig voor de fiets, en 14,12 procent legt de afstand tussen thuis en werk altijd met de fiets af. En het openbaar vervoer? In 2018 nam 8 procent van de werknemers regelmatig de trein, tram, bus of metro van en naar de werkplek, en voor 6,28 procent is het zelfs het enige vervoersmiddel dat ze gebruiken voor hun verplaatsing naar het werk. Let wel: in de mobiliteitsbarometer zijn er geen data over de openbare sector opgenomen, en dus zal het aandeel voor de totale werkende bevolking wellicht hoger zijn.

Overigens is het belangrijk op te merken dat achter de landelijke gemiddelden grote regionale verschillen schuilen: in Brussel wordt het openbaar vervoer veel intensiever gebruikt dan elders, in heuvelachtig Wallonië wordt beduidend minder gefietst, en in Henegouwen neemt men méér dan gemiddeld de wagen voor het woon-werkverkeer.

Wat vooral opvalt uit de cijfers, is dat Belgische werknemers steeds vaker een combinatie van vervoersmiddelen gebruiken voor hun woon-werkverkeer. Zo combineert 11,1 procent auto en fiets. Sommigen combineren de twee elke dag, door bijvoorbeeld na de langere autorit de (plooi)fiets uit de koffer te halen, terwijl anderen combineren volgens de omstandigheden (het weer, kinderen die afgezet moeten worden, boodschappen,...) van de dag.

Faciliteren

Over het algemeen zien we dat medewerkers bewuster omgaan met mobiliteitskeuzes en niet meer automatisch in de wagen stappen. Het behoort ook tot de rol van de moderne werkgever om dat bewustzijn te ondersteunen door alternatieven aan te bieden. Op die manier geeft een organisatie ook aan een zorgende werkgever te zijn, die zich bewust is van het positief effect op mentaal en fysiek welzijn van bijvoorbeeld fietsen. Bovendien is elke medewerker die de auto laat staat voor een milieuvriendelijk alternatief een stap richting meer duurzaamheid.

Hoe je alternatieven kan stimuleren? Het begint bij de juiste infrastructuur: een veilige plaats om de fiets te stallen en eventueel de batterij op te laden, maar ook een doucheruimte waar medewerkers zich kunnen verfrissen. Een stap verder is om een cafetariaplan uit te werken met daarin voldoende aandacht voor mobiliteit. Een (elektrische) bedrijfsfiets is populair bij medewerkers, maar je kan ook afspraken maken omtrent thuiswerk, wat óók een manier is om werknemers weg van de files te houden.

Recent is het mobiliteitsbudget goedgekeurd, wat een bijkomende manier is om werknemers alternatieven te bieden voor de bedrijfswagen. Door hun bedrijfswagenbudget om te zetten in andere vervoersopties (fiets, openbaar vervoer, of een kleinere, meer ecologische wagen) hebben ze de vervoersmiddelen ter beschikking om elke dag opnieuw, voor woon-werkverkeer maar óók voor privéverplaatsingen, een bewuste mobiliteitskeuze te maken.


De auteur, Dirk Wijns, is Directeur bij Acerta. Hij schreef deze bijdrage als lid van de adviesraad van HR Square.


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen